maandag 17 november 2014

In 2003 werkte ik als interim woordvoerder bij de opsporingsdienst AID van het toenmalige ministerie van LNV. Ik had net een dochter gekregen en had een paar weekjes vrij, maar werd uit de roze wolk weggerukt door de uitbraak van de Klassieke Vogelpest (H7N7). Voor een woordvoerder zijn dit soort crises een drukke tijd. Ik had toen al ervaring als woordvoerder bij LNV tijdens de Mond- en Klauwzeer uitbraak enkele jaren eerder.

Grote inzet

In geval van dergelijke crises komen er fondsen vrij om snel en passend in te kunnen grijpen. Om de crisis te bestrijden werd op de legerbasis in Stroe een crisiscentrum opgericht. In korte tijd werden portocabins geplaatst, verbonden door met tentzeil overdekte gangen. Binnen enkele dagen lag er een netwerk van kantoorautomatisering en konden we werken. Overal lagen er natte sponsachtige matten met ontsmettingsmiddelen  In Stroe kwamen alle overheidsdiensten samen die de bestrijding ter hand namen. Toen waren dat de RVV (de ruimers en bestrijders) de AID (de rechercheurs en handhavers) en andere diensten die werden ingeschakeld om bij te springen. Zelfs de Douane werd bevoegd verklaard om het vervoersverbod te handhaven.

Gevaar voor mensen?
Negentien mensen die bij het doden van de zieke dieren waren betrokken, raakten besmet met het H7N7 influenzavirus. Vaak was dat niet meer dan een vorm van oogontsteking, maar één dierenarts uit Rosmalen overleed, wat maakte dat iedereen zich ervan bewust was dat een virus als dit weliswaar een vogelvirus is, maar dat het niet ondenkbaar is dat het op mensen kan overspringen. Logischerwijs maakte ik me zorgen om mijn gezin en pasgeboren dochter en waste  dagelijks vaak mijn handen en als ik uit Stroe kwam douchte ik grondig voor ik hen knuffelde.

Een smokkelende non
Dat handhaven van het vervoersverbod is hard nodig, want ondanks het vervoerverbod zijn er altijd mensen die dieren of dierproducten verplaatsen. De hobbyisten, die willen voorkomen dat hun lievelingshaan wordt gedood. De eierhandelaar die het waagt om zijn waren nog even van het eierpakstation naar de winkel te brengen om verlies te voorkomen. Er waren onverantwoordelijke 'cowboys' bij die de hele crisis hebben geprobeerd de regels te ontduiken,  omdat ze de boetes liever riskeerden dan het verlies. Maar er was ook die veevoerchauffeur die niet in de gaten heeft dat je alleen in een bepaald gebied mag werken. En er was zelfs een non, een moeder overste van een orthodox klooster die het niet over haar hart kon verkrijgen dat gezonde dieren werden geruimd en die kippen smokkelde. Het mag niet. Je mag er zelfs niet toe oproepen. Overtredingen als dit vormen grote economische risico's en zijn dan ook in de wet als economisch delict opgenomen.

Standstill
Als de ziekte opduikt is dat zelden bij het geval-0. Vaak is de besmetting al verspreid, maar is het allereerste geval nog niet aan het licht gebracht. De overheid kondigt in zo'n geval een algeheel vervoersverbod af, een standstill. Iedereen houdt de adem in gedurende de incubatietijd en wacht tot het echte geval nul en mogelijke andere ziektehaarden opduiken. Als je geluk hebt, blijft het bij het ene bedrijf, maar het kan heel goed dat er drie, vier, misschien wel tien bedrijven door een veevoerbedrijf zijn bezocht en dan neemt het verspreidingsrisico exponentieel toe. Rechercheurs van (tegenwoordig de) NVWA gaan alle contacten van het getroffen bedrijf na om verdachte bedrijven te identificeren.

De crisis begon in 2003 midden in het gebied waar de dichtheid van pluimveebedrijven het grootst was en de verspreiding in de buurt van Barneveld bleek groot. Ook woei de ziekte over naar Noord Limburg waar een kalkoenfokkerij werd getroffen. Er is helaas maar één remedie: doden en ruimen van de dieren. Een gram mest kan 10 miljoen ziektekiemen bevatten dus moet ook alles, wagens, stallen, mensen, huizen, kleren grondig worden gereinigd en ontsmet. Elk bedrijf dat nog niet is besmet moet al even rigoureus omgaan met reiniging en ontsmetten en moet nauwkeurig een register bijhouden van alle contacten.

Bijna 31 miljoen dieren gedood
Gedurende de crisis in 2003 werden 1.349 pluimveehouderijen werden kippen, kalkoenen en eenden gedood. In totaal zijn een schokkende 30,7 miljoen landbouw- en hobbydieren geruimd. Een nachtmerrie voor de pluimveehouders, maar ook voor mensen die kippen in de tuin houden en een naam hebben gegeven, de pauwen op de kinderboerderij, maar ook voor de houders van parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen, pauwen, zwanen, struisvogels, emoes en nandoes. Volgens het CBS zijn er vandaag de dag bijna 100 miljoen dieren in de sector.

Niet alle dieren worden geruimd omdat ze ziek zijn. Veel gezonde dieren worden geruimd omdat ze zich in een straal van 1 tot 3 km van de haard bevinden. Een heel groot deel van de dieren wordt geruimd omdat ze eenvoudigweg nergens naar toe kunnen als ze zijn volgroeid. Het dierenwelzijn komt in het geding. Het ministerie komt dan met een vergoedingsregeling voor de pluimveehouder.  Een soort doordraaien, zoals bij de tomaten ook gebeurt.

Media-aandacht
In een een dergelijke crisis is de media-aandacht in fases verdeeld. De eerste fase is de brandweerfase. De media duiken op de ziekte, dikken het risico voor de volksgezondheid een beetje aan en filmen de inzet van "de brandweer".  De tweede fase "de impactfase" verschuift de aandacht van de bestrijders naar de economische effecten op de sector en op de consument, die immers voor het lege eierschap staat als er net een cake moet worden gebakken. Of de praktische problemen van het onderbrengen of ophokken van ganzen uit stadsperkjes.

En de derde fase is de "emo-fase"dan wordt het menselijk leed dat ontstaat belicht en zal het ingrijpen van de overheid als hard, bruut  en kil worden neergezet in plaats van noodzakelijk. Elke fase heeft zijn eigen aanpak in woordvoering. Omdat ik de Mond en Klauwzeercrisis had meegemaakt kon ik die inzichten toepassen. Deze aanpak kan het verschil maken tussen of mensen zich later herinneren dat het overheidsingrijpen traumatisch was of adequaat.

Helemaal voorkomen zal wel niet lukken.Als je ruim 30 miljoen dieren doodt, zullen er altijd mensen zijn die zich volkomen terecht afvragen waarom we zo met dieren omgaan en of er geen alternatieven zijn. Dat kan zelfs behoorlijk radicaliseren. Ik heb dan ook veel haatmails gehad.







0 Comments: