maandag 16 mei 2011

En waarom ik het niet doe. Als interim woordvoerder word ik nog al eens in een oncomfortabele spagaat gedwongen. Er is iets bitters gebeurd of gezegd en van jou wordt verwacht dat je er pure chocola van maakt. Het ergste dat ze van je kunnen vragen is te jokken. Of ze jokken tegen jou en jij moet het doorjokken. Dat is mogelijk nog erger want je trapt er in goed vertrouwen in. Voor mij is dat dan een reden om naar een andere opdrachtgever uit te zien. Want liegen schendt mijn persoonlijke beroepscode.

Het punt is - en nu word ik wat filosofisch - de werkelijkheid heeft zoveel vlakken, dat een andere blik op hetzelfde incident of dezelfde uitspraak tot een ander oordeel kan leiden. Wanneer het niet goed lukt de andere kant van de zaak te belichten omdat er eigenlijk geen goed verhaal is, dan is het beste verhaal meestal de waarheid en hoe je daar mee omgaat.

Als een topman zich bijvoorbeeld laat verleiden tot een uitspraak over een autoriteit, klant of leverancier en een journalist tekent dat op, dan moet je door de zure appel heen. Je kun niet zeggen dat "je het zo niet hebt gezegd," dat "er afgesproken was dat ik het artikel nog mocht inzien," of dat "je je niet herkent in het beeld dat van het gesprek is gegeven". Gezegd is gezegd.

Mijn advies is dan: zeg dat het een domme uitspraak is, dat je de frustratie hebt laten doorklinken en dat het niet is wat je echt meent. En dat je iedereen dat zult laten weten. Want meestal is dat de waarheid die direct ook het begin inluidt van het eind van de controverse. Journalisten en lezers weten namelijk drommels goed met hun onderbuik te voelen dat je de kluit belazert. Misschien kom je een of twee keer weg met een leugentje, maar wanneer de waarheid aan het licht komt ben je alsnog je reputatie en vertrouwen kwijt. En soms ook een interim woordvoerder.

Update: Dit artikel is overgenomen door Brenno de Winter in zijn boek Open Kaart over de OV-Chipkaart.

0 Comments: